• Opties

De sabbat deel I: De eerste sabbatdag

Het is onmogelijk om vol te houden dat het vieren van de sabbat op de zevende dag van de week deel uitmaakt van Gods ‘morele’ wetgeving. Jezus zei tegen de farizeeën:  “Of hebt gij niet gelezen in de wet, dat op de sabbat de priesters in de tempel de sabbat schenden zonder schuldig te zijn” (Mat. 12:5). Wie de wet wil volgen, moet het in zijn geheel doen, en wie op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden (Jac. 2:10-11).


De volkomen sabbat

De wet spreekt over het vieren van een ‘volkomen sabbat’ (Lev. 23:3), dus als je hem wilt houden moet je het in zijn geheel doen. En mocht het houden van de sabbatsrust op de zevende dag inderdaad een op zichzelf staande geestelijke verplichting zijn, dan zouden de priesters de eersten moeten zijn hem nauwgezet in acht te nemen. Hun taak was immers om de mensen te leren om Gods geboden te onderhouden:  “Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet, want een bode van de Here der heerscharen is hij”  (Mal 2:7). Als geestelijke leiders, zouden de priesters de eersten moeten zijn om het goede voorbeeld te geven. Maar, wonderlijk genoeg, ondanks dat zij de sabbat schonden, bleven zij zonder schuld!

Dit was een argument dat Jezus gebruikte om de misleidende farizese interpretatie van de sabbat te weerleggen.

Zelfs Jezus, als het vlekkeloze Lam Gods, in plaats van Zich in te spannen om de sabbatdag te benadrukken, trok zich niets aan van de rituele viering ervan. En noemde Zich bovendien de ‘heer van de sabbat’. Daar tegenover staat dat Hij zonder zonde was en dat betekent dat Hij nooit één van de morele wetten gebroken heeft. Die mogen onder geen voorwaarde overtreden worden, vooral niet door iemand die een leidende positie inneemt. Want de geestelijk en morele waarden die in de Schrift onderwezen worden zijn eeuwig, onveranderlijk en universeel, omdat ze uitstralingen zijn van het karakter van de eeuwige Onveranderlijke. Daarom is Jezus wel de heer van de sabbat, maar geen heer over de morele wetgeving. Want zou Hij zich niet aan de morele wetten onderwerpen, bijvoorbeeld door ontrouw te zijn, dan zou Hij zijn eigen natuur verloochenen (2Tim. 12-13).


De wet van Mozes

De Joden beroemden zich erop dat ze de wet van Mozes hielden, en de sabbat werd door hen het ‘feest der Joden’ (Joh. 5:1) genoemd. Maar de sabbat werd ingesteld aan het eind van de zes scheppingsdagen, lang voordat er sprake was van een uitverkoren volk en van een geschreven wet. Het gaat dus beslist niet om de ‘Joodse sabbat’, maar om:  “De sabbat van de Here uw God”  (Exod. 20:10). En hij werd niet alleen ingesteld dóór de Heer, maar ook vóór de Heer (Lev. 23:3b), en dat gebeurde tijdens de zonsondergang van de eerste dag van het bestaan van Adam en Eva.

God hield de sabbat natuurlijk niet om uit te rusten van vermoeidheid, want Hij wordt noch moede noch mat (Jes. 40:28).

En, op de sabbat, stopte Hij ook niet met werken in de absolute zin, want dat zou betekenen dat het hele universum, dat Hij pas geschapen had, als een nevel zou verdwijnen. Job begreep al dat als God Zijn adem en Zijn Geest zou terugnemen, al wat leeft tegelijk de geest zou geven (Job 34:14-15). Wat door de kracht van God uit het niets tevoorschijn werd gebracht, zal ook weer in het niets opgaan, zonder de kracht van Zijn Woord. God werkt om Zijn schepping in stand te houden met dezelfde intensiteit waarmee Hij Zijn scheppingsdaden verrichtte. Zelfs tijdens de sabbatdagen! Alles wat geschapen is wordt dag aan dag gedragen door het Woord zijner kracht (Hebr. 1:2-3). Daarom garandeerde Jezus de farizeeën dat God ook op de sabbat werkt en Hij, Jezus, daarom ook (Joh. 5:17).

Geestelijke rust

Adam en Eva hielden de sabbatsrust ook niet omdat ze moe waren. Ze hadden nog niets gedaan en ze begonnen pas met hun werk na de sabbat. En omdat Vader en Zoon ook op de sabbat werken, is het in geen geval het doel van de sabbat dat we niets doen. Dan zouden we, om een ‘volkomen sabbat’ te vieren, ook niet uit ons bed moeten komen. In dat geval zou de Heer de Levieten, onder geen voorwaarde, juist op de sabbatdag dubbel werk gegeven hebben.

Veel mensen zien de sabbat als een dag waarop ze, na een zesdaagse werkweek, uit kunnen blazen van hun zwoegen.

Maar Adam begon de sabbat na zonsondergang van de eerste dag van zijn bestaan, nog voor hij enig werk verricht had! Dat betekent dat de sabbat geen stoffelijke, maar geestelijke rust beoogt. En dat de gemeenschap van God met mensen de uiteindelijke bedoeling was van de schepping. De relatie tussen Schepper en mens staat absoluut prioritair, en het heiligen van een dag om Zijn aangezicht te zoeken is belangrijker dan het zorgdragen voor het geschapene. De sabbat betekent in wezen dat de gemeenschap met de Heer het uitgangspunt moet zijn van alle andere menselijke functies.


Gods aangezicht zoeken

Vandaag wordt er veel gediscussieerd over de vraag of we terug moeten keren naar het houden van de Joodse sabbat, op de zevende dag van week. Maar de oorspronkelijke gedachte van God, bij de instelling van de sabbat, was dat de mens Zijn aangezicht zou zoeken vóór hij met zijn zesdaagse werkweek begon. Het gaat er dus om dat we in de eerste plaats de gemeenschap met God ervaren, voordat we tijd en energie besteden aan andere taken. De sabbat is geen liturgische verordening, maar een praktische toepassing van het gebod om God lief te hebben boven alle dingen, met geheel ons hart, met geheel onze ziel, met geheel ons verstand en geheel onze kracht (Mat. 22:37). De liefde is namelijk het onderliggende principe van al Gods geboden (Rom. 13:8-10). Daarom is het begrijpelijk dat Adam en Eva eerst de sabbat vierden, in Gods tegenwoordigheid, alvorens aan hun andere verplichtingen aandacht te geven.

We kunnen ons niet beroepen op de Bijbel – zelfs niet op de oudtestamentische verordeningen – ter verdediging van het rituele vieren van de sabbat. Alsof de eeuwige God een periode van 24 uur per week zou hebben vastgesteld om Hem te dienen, heiliger en beter dan andere tijdstippen. Het gaat er niet om wat de beste dag in de week is om God te zoeken, maar om wat in ons hart op de eerste plaats staat. Waar beginnen we mee? We moeten daarbij niet vergeten dat God de eerste is geweest die rustte van Zijn werken.  En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht”  (Gen.2:3).

Zijn beweegredenen hadden niets te maken met kalenderdagen, want de Eeuwige transcendeert ruimte en tijd. Voor Hem is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag (2 Petr. 3:8). Bovendien heeft de wet nog andere heilige dagen vastgesteld, die niet noodzakelijkerwijs op de zevende dag van de week vielen. Zoals de vijftiende dag van de zevende maand, als de opbrengst van het land ingezameld werd (Lev. 23:39). Op de eerste en op de achtste dag van dat feest was er een sabbat, naast de wekelijkse sabbatdag. Natuurlijk vielen die twee dagen zelden op de zevende dag van de week, die wij zaterdag noemen. Sommige weekdagen waren dus ook geheiligd als sabbatdagen vanwege de gebeurtenissen die er plaatsvonden, terwijl ze normaal niet als speciale dagen beschouwd werden. Bovendien heeft God geboden om, na de verovering van het land, een jaarsabbat en een jubeljaar in te stellen waarin, het gehele jaar door, alle dagen geheiligd moesten worden als rustdagen (Lev. 25:1-22). Hierdoor komt de volgende vraag naar voren: “Hoe kunnen dagen opeens heilig zijn, als zij doorgaans niet heilig zijn?”. Het kan niet anders dan dat de dagen niet ‘heilig’ waren op zichzelf, maar ‘geheiligd’ werden door de activiteiten die er plaats vonden.

Heiligen

Dat is dan ook de verklaring die de wet er voor geeft:  “Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen (…) en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die”  (Exod. 20:8-11). Hier wordt het werkwoord ‘heiligen’ genoemd. Maar:  “Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zal u verrichten, het is een sabbat voor de Here in al uw woonplaatsen”  (Lev. 23:3). De samenkomsten worden niet geheiligd door de sabbat, want zij zijn op zichzelf heilig (Exod. 12:16; Lev. 23:3, Lev. 23:4, Lev. 23:7, Lev. 23:8, Lev. 23:21, Lev. 23:24, Lev. 23:27, Lev. 23:35, Lev. 23:36; Num. 28:18, Num. 28:25, Num. 28:26, Num. 9:1, Num. 9:7, Num. 9:12).

Daar tegenover staat dat de sabbat geen ‘heilige’ dag is, maar een dag die ‘geheiligd’ moet worden, en dat gebeurt door de samenkomst die er op die dag gehouden wordt. In tegenstelling met de sabbat worden onze samenkomsten ‘heilig’ genoemd, want God is altijd aanwezig waar Zijn volk bijeenkomt, onafhankelijk van plaats- en tijdsaanduidingen. Hij woont niet in een dag of op een plaats, maar te midden van Zijn volk: “Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn” (Lev. 26:11-12; Hebr. 6:16b). Niet de sabbat is heilig, maar onze bijeenkomsten heiligen de sabbat. En dat gebeurt niet alleen op de wekelijkse sabbat maar op alle dagen wanneer Gods volk bijeenkomt om Zijn aangezicht te zoeken.


Zes dagen werken

Bovendien maken sabbattisten een kolossale fout. Want Gods wet zegt niet alleen dat we één dag per week moeten rusten, maar ook dat we de andere zes dagen moeten werken:  “Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen”  (Exod. 20:9). Wat doen dan de Nederlanders die de sabbat op de zevende dag vieren, terwijl ze ook op zondag vrij hebben? Op die dag werken ze ook niet, vanwege het feit dat praktisch alle kantoren, bedrijven en winkels gesloten zijn. Ze houden dan een vijfdaagse werkweek, terwijl de wet bevolen heeft dat ze zes dagen moeten werken.

Er komt geen eind aan zwakke en onoplosbare punten in de argumentatie van de sabbattisten, die volhouden dat er een speciale dag zou bestaan voor hun samenkomsten.

Het Nieuwe Testament maakt een eind aan het gediscussieer, met een duidelijke conclusie:  “Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd” (Rom. 14:5). En wat beslist kan worden op grond van ‘eigen besef’, kan natuurlijk nooit deel uitmaken van de wet van God, die absolute autoriteit moet hebben over al onze beslissingen. Het is daarom tragisch dat er vandaag zoveel mensen over de Joodse sabbat twisten, waarmee ze juist de door God ingestelde sabbatsrust verstoren.


Aanbidden

We kunnen trouwens nooit volhouden dat God Zijn heiligheid gedeeld heeft met iets dat alleen maar een tijdsaanduiding is. Hoewel het stoffelijke door Hem gebruikt wordt als schaduw van het onzichtbare (Hebr. 10:1), heeft Hij nooit iets dat tijdelijk en plaatselijk is als heilig verklaard. Het is namelijk een grote dwaasheid om de onvergankelijke God te identificeren met dingen die voorbijgaan (Rom. 1:23). En niet alleen mensen, vogels, viervoetige en kruipende dieren, maar ook de dagen van het jaar behoren tot het tijdelijke. Ze zijn binnen 24 uur weer voorbij. Tijd is ontstaan in Genesis 1:1, toen God hemel en aarde schiep. En dagen worden pas genoemd toen Hij het licht heeft geschapen. Ook de onzichtbare tijd behoort tot de schepping:  “Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare”  (Col. 1:16a).

En afgoderij is het toeschrijven van bovennatuurlijke kracht of heiligheid aan alles wat geschapen is, in plaats van aan de Schepper van alle dingen.

Zij die God aanbidden zijn niet gebonden aan plaats (Joh. 4:20-24), noch aan tijdsfactoren die bepalen dat we Hem van zo laat tot zo laat moeten aanbidden (Mat. 4:7). God ruste alleen op de zevende dag omdat dit de eerste dag was dat Adam en Eva bestonden en Hij wilde van hun gemeenschap genieten! God verlangt naar een relatie met de mens die Hij liefheeft en zit niet om kalenderdagen verlegen. Voor de eeuwige Ongeziene bestaan er geen dagen.

Reeks bijbelstudies over de Sabbat
Deze bijbelstudie is het eerste deel van een reeks. De overige delen zullen de komende weken verschijnen.

  • Deel II: Wat is de oorspronkelijke sabbatdag?
  • Deel III: Een nieuwtestamentische interpretatie
  • Deel IV: Geloofsrust
  • Deel V: De sabbat waar David over sprak

Over Henk de Cock

Henk de Cock is sinds 1963 als geschoold evangelist werkzaam als Vader, Evangelist, voorganger en docent in Brazilië. Hij bouwde samen met zijn vrouw Connie een bijbelschool en hielp vele gemeenten stichten. Momenteel legt Henk zich toe op het uitbrengen van al het bijbelstudiemateriaal welke hij de afgelopen 50 jaar heeft ontwikkeld.

Een reactie op “De sabbat deel I: De eerste sabbatdag

  1. Erwin Beerman

    Beste Henk,

    Ik hoop dat ik je Henk mag noemen, maar ik doe het met respect.
    Via deze weg wil ik je bedanken voor deze studie, want ook wij, persoonlijk en als gemeente hebben ermee te maken. Bij ons komt dit voornamelijk door een boek, Wake Up genoemd, wat gaat over de feesten van God en de schaduwen die deze feesten zijn in het plan van God verwerkt in de Bijbel. Ook werd er door de schrijvers aandacht besteed aan het terug keren van de zondag naar de zaterdag. Wij waren er inmiddels wel een beetje eruit gekomen doorvrat Paulus zegt in Kol. 2:16, waar hij aangeeft dat wij niet bezig moeten zijn over eten, drinken, feest en sabbatten. Maar binnen vele gemeentes heeft dit al veel verwarring gezorgd. Er zijn zelfs veel mensen vanuit de evangelische en pinkstergemeentes, die terug gaan naar het vieren van de sabbatsmaaltijden op de vrijdagavond. Binnen Nederland zijn zo een antal groepen onstaan die zich min of meer Joods noemen en de sabbat vieren, maar daarnaast aangeven dat alle kerken en gemeentes verkeerd bezig zijn door op de zondag bij elkaar komen. Ik pas één studie gelezen, maar zie uit naar het lezen en bestuderen van de volgende studies.

    Zegen en groet,

    Erwin Beerman
    PG De Edele Olijfboom
    In Hoogvliet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Stichting PBB 2014